Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
hierna: de officier van justitie), de vorderingen van de benadeelde partijen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J-H.L.C.M. Kuijpers naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
hierna: histo’s) en het gebruik van het wifi-netwerk op de [adres 1] , aan bij de verklaring van aangeefster. De verklaring van verdachte over de gebeurtenissen rond de jaarwisseling daarentegen is ongeloofwaardig, nu deze niet valt te rijmen met de inhoud van chat-gesprekken en geen verklaring biedt voor aangetroffen contactmomenten in de telefoon van verdachte.
face to facewilde spreken, dat aangeefster het zichzelf gemakkelijk moest maken en dat aangeefster het geld terug moest geven. Aangeefster heeft toen besloten om bij de Jumbo bij het Buikslotermeerplein af te spreken met [medeverdachte 2] . Aangeefster is daar rond 21.08 uur naar toegereden met haar dochter. Zij heeft [medeverdachte 2] gezegd dat zij het geld niet had en heeft gevraagd of [medeverdachte 2] haar huis wilde onderzoeken. Zij zijn toen gezamenlijk in haar auto naar haar huis gereden. [medeverdachte 2] heeft aangeefster gezegd dat de eigenaar van het geld onderweg is naar Nederland.
hierna: verdachte), dat met [medeverdachte 2] wordt bedoeld [medeverdachte 2] (
hierna: [medeverdachte 2]), dat met [medeverdachte 3] wordt bedoeld [medeverdachte 3] (
hierna: [medeverdachte 3]) en dat met [medeverdachte 5] wordt bedoeld [medeverdachte 5] (
hierna: [medeverdachte 5]).
hierna: [naam 9]). Op 30 december 2019 stuurt [naam 9] aan verdachte het bericht dat hij super slim is om zoveel geld te zetten bij iemand die met heel de wereld bevriend is en waar zelfs buren over de vloer komen. [naam 9] gaf aan dat ze het erg vond en dat ze hoopte dat die meid het terug zou geven. Hierop heeft verdachte geantwoord met: “ik kom om iedereen te vernietigen”. Het gesprek eindigde met een bericht van [naam 9] waarin zij aangaf dat het wel goed kwam en dat hij “haar” wel zou vinden.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
40 maanden.
€ 7.580,37 (zevenduizend vijfhonderdtachtig euro en zevenendertig eurocent),bestaande uit
€ 2.580,37 (tweeduizend vijfhonderdtachtig euro en zevenendertig eurocent)aan vergoeding van
materiële schadeen
€ 5.000,- (vijfduizend euro)aan vergoeding van
immateriële schade,
te vermeerderen met de wettelijke rentedaarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 december 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 63,50 (drieënzestig euro en vijftig eurocent).
hoofdelijke betalingvan het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens de medeveroordeelden is betaald.
overige niet-ontvankelijkin haar vordering is.
egt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 7.580,37 (zevenduizend vijfhonderdtachtig euro en zevenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 december 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening, te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 67 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[dochtertje 1] niet-ontvankelijkin haar vordering.
[dochtertje 2] niet-ontvankelijkin haar vordering.