Uitspraak
1.Procesverloop
.
2.Feiten
3.Verzoek en verweer
4.Beoordeling
4.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 december 2020 een verzoek tot schadevergoeding van een verzoeker tegen de Staat der Nederlanden op grond van artikel 10:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Verzoeker stelde dat hij door onjuiste informatievoorziening en verwarring rondom twee zorgmachtigingsprocedures schade had geleden en vorderde een vergoeding van €100 per dag over een periode van 44 dagen.
Tijdens de mondelinge behandeling werden verschillende betrokkenen gehoord, waaronder de verzoeker, zijn advocaat, zorgverantwoordelijken en juristen van GGZ inGeest. De rechtbank concludeerde dat de procedures rechtmatig waren verlopen en dat de verwarring door de briefwisseling niet leidde tot het niet in acht nemen van de wet.
De rechtbank oordeelde dat er geen grond was voor toekenning van schadevergoeding en wees ook het verzoek om een last tot toevoeging en proceskostenveroordeling af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding ex artikel 10:12 Wvggz wordt afgewezen wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen.