Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
M. Diependaal, officieren van justitie.
[opgeëiste persoon] ,
17 december 2020 om 10.30 uur.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 en 2 december 2020 een vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet betreffende een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door het Hof van beroep te Gent. De opgeëiste persoon is uit anderen hoofde gedetineerd en zijn advocaat was niet aanwezig bij de zitting.
Naar aanleiding van een recent arrest van het Hof van Justitie van de EU van 24 november 2020, werd de vraag besproken wat de gevolgen zijn voor de detentie van opgeëiste personen. De rechtbank constateerde dat er geen noodzaak was om de rechtmatigheid van het bevel tot inverzekeringstelling te toetsen zolang de tenuitvoerlegging van het bevel is opgeschort vanwege de detentie uit anderen hoofde.
De rechtbank besloot het onderzoek op te schorten tot het moment waarop de detentie uit anderen hoofde eindigt. Tevens verlengde zij de termijn voor het doen van uitspraak met dertig dagen. De officier van justitie wordt verzocht de zaak dan zo spoedig mogelijk aan te brengen bij de raadkamer van de Internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam, conform de werkwijze van een eerdere uitspraak van 25 november 2020.
Uitkomst: De rechtbank schorst de toetsing van het Europees aanhoudingsbevel tot het einde van de detentie uit anderen hoofde en verlengt de beslistermijn met dertig dagen.