Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
ECLI:NL:GHARL:2019:8857)is in de feitenrechtspraak meermalen geoordeeld dat het derde lid van artikel 1.2.2 Vwb als een systematische specialis moet worden beschouwd van het eerste lid. Uit de rechtspraak die sindsdien op dit punt is gewezen, komt echter (tot nu toe) geen eenduidig beeld naar voren.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
Ten aanzien van de handel in hasjiesj geldt eveneens dat verdachte heeft verkocht aan minderjarigen. Verdachte heeft gehandeld met een financieel motief en heeft verder niet stilgestaan bij de gevolgen en gevaren die zijn handelen met zich mee hebben gebracht. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
1.2.2 Vuurwerkbesluit.
10.Beslissing
180 (honderdtachtig) dagen.
139 (honderdnegenendertig) dagen, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
3 (drie) jaarvast.
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.