Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Op 24 juni 2020 zijn twee honden in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro vanwege verdenking van dierenmishandeling. Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv om teruggave van de honden te verkrijgen. De rechtbank heeft het klaagschrift beoordeeld in een openbare raadkamer waarbij ook het standpunt van het Openbaar Ministerie is gehoord.
Het klaagschrift stelt dat het strafvorderlijk belang voor het voortduren van het beslag ontbreekt, mede omdat een gezondheidsonderzoek naar de honden geen afwijkingen heeft aangetoond. Klager betoogt dat de honden goed verzorgd worden en mishandeling wordt ontkend. Het Openbaar Ministerie daarentegen baseert zich op getuigenverklaringen en politieonderzoek waaruit mishandeling blijkt en verzet zich tegen teruggave omdat de honden mogelijk verbeurd verklaard zullen worden.
De rechtbank benadrukt dat het onderzoek in een klaagschriftprocedure summier is en niet ten gronde kan treden in de hoofdzaak. De toets is of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist. Gezien de verklaringen, het gedragsonderzoek en de aangetroffen feiten acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de honden verbeurd verklaard zullen worden. Daarom wordt het klaagschrift ongegrond verklaard en het beslag gehandhaafd.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op de honden blijft gehandhaafd.