ECLI:NL:RBAMS:2020:4549
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking op klaagschrift inzake teruggave in beslag genomen goederen na vrijspraak witwassen
Klaagster verzocht om teruggave van een groot aantal in beslag genomen goederen, waaronder jassen, kledingstukken, tassen en een autosleutel, nadat zij was vrijgesproken van witwassen van deze goederen. Desondanks weigerde het Openbaar Ministerie de goederen terug te geven omdat deze in strafzaken tegen haar zoons door de rechtbank verbeurd waren verklaard, hoewel deze vonnissen nog in hoger beroep zijn.
De rechtbank benadrukte het summiere karakter van de beklagprocedure ex artikel 552a Sv en dat zij niet inhoudelijk kan oordelen over de uitkomst van de nog lopende hoofd- of ontnemingszaken. De toetsing richt zich op het belang van de strafvordering en of het voortduren van het beslag noodzakelijk is.
Gezien het feit dat de goederen reeds in eerste aanleg verbeurd zijn verklaard en het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat dit in hoger beroep wordt bevestigd, oordeelde de rechtbank dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave. Het klaagschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en de teruggave van de in beslag genomen goederen wordt geweigerd.