ECLI:NL:RBAMS:2020:4315
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte witwassen wegens onvoldoende bewijs en onvoldoende onderzoek
De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 juli 2020 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het witwassen van een geldbedrag van circa EUR 53.000 en sieraden in de periode van december 2013 tot juli 2015. Verdachte werd geconfronteerd met een groot tijdsverloop en een onvolledig dossier, maar de rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging.
De zaak draaide om een zwarte tas met geld en sieraden die tijdens een doorzoeking bij de schoondochter van verdachte werd aangetroffen. Verdachte verklaarde dat het geld deels afkomstig was uit een lening van een familielid en deels verdiend was met autohandel, en dat de sieraden uit een erfenis kwamen. Het Openbaar Ministerie kon echter niet aantonen dat het geld en de sieraden uit een misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van witwassen wel gerechtvaardigd was vanwege de grote hoeveelheid contant geld in coupures van EUR 500, maar dat verdachte een concrete, verifieerbare en niet onwaarschijnlijke verklaring had gegeven over de herkomst. Het Openbaar Ministerie had onvoldoende onderzoek verricht naar deze verklaringen, zoals het niet bevragen van het familielid of het onderzoeken van de autohandel.
Daarom was het tenlastegelegde niet bewezen en sprak de rechtbank verdachte vrij. Daarnaast gelastte de rechtbank de teruggave van de sieraden en het grootste deel van het geld aan verdachte, met uitzondering van een bedrag van EUR 4.800 dat in bewaring bleef voor de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs en nalaten nader onderzoek.