Op 17 januari 2019 vond een doorzoeking plaats in de woning van verdachte te Zeist, waarbij 13 kilo cocaïne, €260.000 aan contant geld en een ploertendoder werden aangetroffen. Verdachte overhandigde de sleutel van de kast waarin deze spullen lagen en verklaarde verantwoordelijk te zijn voor de inhoud.
De rechtbank oordeelde dat het witwassen van het geldbedrag bewezen was, mede omdat verdachte geen verklaring gaf voor de herkomst van het geld dat niet in verhouding stond tot zijn legale inkomsten. Het bezit van 13 kilo cocaïne werd eveneens bewezen geacht, evenals het bezit van een ploertendoder. Verdachte werd vrijgesproken van het bezit van een jammer omdat het apparaat niet was aangelegd of gebruikt.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met de ernst van de feiten, de leeftijd van verdachte en het feit dat hij een first offender is. Daarnaast werden voorwaarden gesteld zoals meldplicht bij de reclassering en medewerking aan schuldhulpverlening.