Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beschikking van de kantonrechter
de besloten vennootschap [verzoekster 1] B.V.
[verweerster]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten en omstandigheden
Verzoek
Verweer
Beoordeling op het verzoek
E-grondNaar het oordeel van de kantonrechter is niet komen vast te staan dat [verweerster] verwijtbaar heeft gehandeld, als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro. De door [verzoekster 1] aangedragen argumenten zijn daartoe niet zwaar genoeg en/of niet aan [verweerster] verwijtbaar. Het verloop van het interview van 16 maart 2020 is onvoldoende en de eerdere interviews van [verweerster] maken dit niet anders. De kantonrechter heeft de opname van de interviews afgeluisterd en hooguit kan worden geconstateerd dat een inderdaad soms wat gejaagde interviewer moeite heeft met de antwoorden van een respondent, die kennelijk de storingslijn van Enexis had gebeld, en deze in te passen in het script.
G-grondTer zitting is gebleken dat partijen het er over eens zijn dat sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De arbeidsovereenkomst zal derhalve worden ontbonden, op de door artikel 7:671b lid 9 BW voorgeschreven termijn. Met een opzegtermijn van vier maanden en tegen het einde van de maand wordt het einde van de arbeidsovereenkomst bepaald op 1 januari 2021.
Transitievergoeding, billijke vergoeding en loonDe verstoring van de arbeidsrelatie vindt zijn oorsprong in de opstelling van [verzoekster 1] rond het interview van 16 maart 2020. Daarvan kan [verweerster] geen verwijt worden gemaakt. Nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen zijdens [verweerster] , komt haar de transitievergoeding toe. Uitgaande van einde per 1 januari 2021 en een maand-salaris van € 1.276,26 bruto, inclusief vakantietoeslag (op basis van de garantie-uren van 28 per week) heeft de kantonrechter de verschuldigde transitievergoeding berekend op € 13.735,28 bruto. Dit bedrag wordt toegewezen.
Billijke vergoedingGeoordeeld wordt dat [verzoekster 1] is te kort geschoten in haar verplichtingen als werkgever door te snel aan te sturen op ontslag in plaats van [verweerster] te begeleiden en haar in de gelegenheid te stellen haar functioneren aan te passen, zo dat door [verzoekster 1] nodig werd geacht. De verhoudingen zijn daardoor na ruim dertig dienstjaren van [verweerster] verstoord geraakt en dit valt [verzoekster 1] ernstig te verwijten. Getuige de verklaringen die zijn overge-legd kon [verweerster] bogen op een onberispelijk dienstverband. Dat zij eerder in negatieve zin op haar functioneren is aangesproken blijkt immers nergens uit. Daarom zal [verweerster] een billijke vergoeding worden toegekend.
IntrekkingsmogelijkheidOp grond van artikel 7:686a BW wordt [verzoekster 1] een termijn gesteld waarbij zij de bevoegdheid heeft haar verzoekschrift in te trekken. De kantonrechter geeft [verzoekster 1] deze intrekkingsmogelijkheid tot 1 september 2020 en deelt mede dat intrekking kan geschieden middels een schriftelijke mededeling aan de griffie van de rechtbank, sector kanton, met gelijktijdige verzending van een afschrift aan [verweerster] .
Achterstallig loon[verweerster] heeft als aanverwante vordering verzocht [verzoekster 1] te veroordelen tot betaling van het bedrag van € 535,22 bruto over de maand maart 2020, op basis van haar inroostering voor 148 uur. Dat [verweerster] voor maart stond ingeroosterd voor 148 uur, is door [verzoekster 1] niet gemotiveerd betwist. [verzoekster 1] heeft gesteld nabetalingen te hebben verricht, maar die waren ten tijde van de zitting nog niet door [verweerster] ontvangen. Toegewezen zal derhalve worden het gevorderde bedrag met de wettelijke verhoging van 25%, waarbij geldt dat indien [verzoekster 1] inmiddels nabetalingen heeft gedaan, deze uiteraard in mindering kunnen worden gebracht. De gevorderde wettelijke rente is op dezelfde voet toewijsbaar, voor zover verschuldigd.
KostenveroordelingDe kantonrechter bepaalt tot slot dat [verzoekster 1] de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerster] dient te dragen, welke kosten tot heden worden begroot op € 720,00 voor salaris van de gemachtigde, voor zover verschuldigd, inclusief BTW.
BESLISSING
- € 13.735,28 bruto aan transitievergoeding,
- € 60.000,00 bruto aan billijke vergoeding;