Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Beoordeling
5.Beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het conservatoir beslag op een geldbedrag van €400,- dat bij zijn aanhouding is ingenomen. Hij stelt dat het geld rechtmatig van hem is en niet afkomstig van een strafbaar feit, en verzoekt om teruggave omdat hij het geld nodig heeft voor zijn levensonderhoud.
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave omdat het geld mogelijk afkomstig is van een misdrijf en kan worden gebruikt voor een schadevergoedingsmaatregel in de strafzaak. De rechtbank overweegt dat het onderzoek in deze beklagprocedure summier is en dat het belang van strafvordering voorrang heeft als het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een geldboete of maatregel zal worden opgelegd.
Gezien de verdenking van overval en gijzeling, waarbij een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, en de mogelijkheid van een schadevergoedingsmaatregel, oordeelt de rechtbank dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag. Het klaagschrift wordt daarom ongegrond verklaard.
Tegen deze beschikking staat klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het conservatoir beslag op €400,- blijft gehandhaafd.