Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Sąd Okręgowy w Szczecinie (Regional Court in Szczecin ), Polen, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
final and binding decision of the District Court Szczecin – Centre in Szczecin (Sądu Rejonowego Szczecin – Centrum w Szczecinie )van 16 maart 2018 (referentienummer: IV K 1348/17 ), onherroepelijk op 4 oktober 2018 .
Tupikas)).
the Regional Court in Szczecinop 4 oktober 2018 het hoger beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, zonder van dit hoger beroep kennis te nemen (
‘without cognizance’). Dit betekent dat uitsluitend de rechter in eerste aanleg heeft geoordeeld over de mate van schuld en de hoogte van de straf van de opgeëiste persoon in het vonnis met referentienummer IV K 1348/17 . De omstandigheid dat het EAB is uitgevaardigd door het
Regional Courtmaakt dit niet anders. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is dan ook, anders dan in de uitspraak waar de raadsman naar verwijst, niet van toepassing.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest)
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de
Sąd Okręgowy w Szczecinie (Regional Court in Szczecin ), Polen.