Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
1. poging tot verkrachting van [slachtoffer 1] op 12 april 2019 te Amsterdam,
subsidiair de aanranding van [slachtoffer 1] op 12 april 2019 te Amsterdam, en
2. de diefstal met geweld van [slachtoffer 1] op 12 april 2019 te Amsterdam,
Subsidiair de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] op 12 april 2019 en de diefstal van [slachtoffer 1] op 12 april 2019 te Amsterdam, en
3. het in bezit hebben en vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen in de periode van 6 juni 2018 tot en met 19 april 2019.
3.Waardering van het bewijs
niet anders kan zijndan dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde heeft gepleegd. Er is hier namelijk geen sprake van een specifieke modus operandi. Bij verkrachtingszaken is vaker sprake van een slachtoffer dat door de dader op de fiets wordt achtervolgd en van de fiets wordt getrokken. Er zijn ook omstandigheden die significant anders zijn in vergelijking met de eerdere zaak. In die zaak was de plaats delict een verlaten plek met bosjes waar verdachte het slachtoffer in de bosjes heeft getrokken. Daar is hier geen sprake van. Ook heeft de dader in de onderhavige zaak het slachtoffer niet onmiddellijk betast, wat verdachte in de zaak uit 2013 wel heeft gedaan. Van bruikbaar schakelbewijs is geen sprake. Gelet op het gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient verdachte te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.
En daarin word ik daarvan verdacht, vanwege die toestel. Ik heb bij jou gebeld thuis met dat nummer? Dat had ik nooit moeten doen. Met het nummer dat ik van jou had, dat ik in die iPhone had gedaan, dat nieuwe nummer voor [naam 2] , daar heb ik mee naartoe gebeld en dat hebben ze opgepikt” en “
ze hebben het toestel gevonden. Da’s haar toestel. Van de eh twaalfde. Dat is die iPhone die ik heb gevonden. Ja, da’s van dat meisje. Dus dat meisje heb ik wel echt in het echt gezien. Maar niet bij NDSM wat er wordt geluld. Bij de brug…heb ik dat toestel gevonden. ”en
“we gaan zeggen dat ik het dan heb gekocht van eh iemand”
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
36 (zesendertig) maanden.
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van € 896,83 (achthonderdzesennegentig euro en drieëntachtig eurocent) aan vergoeding van materiële schade en € 3.000,- (drieduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 1]voornoemd.
[slachtoffer 1]aan de Staat € 3.896,83 (drieduizend achthonderdzesennegentig euro en drieëntachtig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van € 500,- (vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 augustus 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 2]voornoemd.
[slachtoffer 2]aan de Staat €500,- (vijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 augustus 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.