ECLI:NL:RBAMS:2020:314
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 januari 2020 een vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gerelateerd aan een geweldsdelict gepleegd op 23 april 2018 waarbij een Rolex-horloge werd geroofd.
De officier van justitie vorderde betaling van maximaal €6.500,-, gebaseerd op het bewezenverklaarde feit waarbij veroordeelde samen met een ander door geweld en bedreiging een horloge van het slachtoffer afdwong. Tijdens de terechtzitting stelde het OM zich op het standpunt dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen vanwege de reeds toegewezen vordering van de benadeelde partij.
De raadsman van de veroordeelde onderschreef dit standpunt. De rechtbank oordeelde dat door de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij er geen belang meer bestaat bij behandeling van de ontnemingsvordering van het OM. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.