Op 15 november 2019 werd een motor van klager in beslag genomen wegens verdenking van gevaarlijk rijden. Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv met het verzoek tot teruggave van de motor, omdat hij deze nodig heeft voor zijn werk en het beslag hem financieel benadeelt.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave, stellende dat verbeurdverklaring niet hoogst onwaarschijnlijk is vanwege recidive en de ernst van de overtredingen. De rechtbank hield een raadkamerzitting en overwoog dat het onderzoek in een beklagprocedure summier is en niet vooruit mag lopen op de hoofdzaak.
De rechtbank oordeelde dat het belang van strafvordering het beslag niet langer rechtvaardigt, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager, het tijdsverloop sinds eerdere veroordelingen en het ontbreken van een zittingsdatum. De motor moet daarom worden teruggegeven aan klager, die als rechthebbende wordt beschouwd.