ECLI:NL:RBAMS:2020:1985
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking vergoeding kosten rechtsbijstand en tijdsverzuim na onvoorwaardelijk sepot
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand (€84.076,50), tijdsverzuim (€9.766,67) en kosten verzoekschrift (€550) na onvoorwaardelijk sepot van de strafzaak tegen hem.
De rechtbank overwoog dat de overgelegde urenspecificaties en declaraties onvoldoende inzicht boden in de aard van de verrichte werkzaamheden, waardoor een billijke schadevergoeding niet exact kon worden vastgesteld. De rechtbank schatte de vergoeding voor rechtsbijstand op €20.000 en voor tijdsverzuim op €4.000, gebaseerd op een redelijke inschatting van de omvang, impact en duur van de zaak.
Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen de gevorderde bedragen en stelde een veel lagere vergoeding voor, maar de rechtbank vond gelet op de omstandigheden van de zaak en de duur van de procedure een hogere vergoeding billijk.
De rechtbank kende ook de standaardvergoeding van €550 toe voor het opmaken, indienen en behandelen van het verzoekschrift. Het verzoek tot vergoeding voor hogere bedragen werd afgewezen.
De beschikking werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 24 maart 2020, waarbij hoger beroep mogelijk is binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €20.000 voor rechtsbijstand, €4.000 voor tijdsverzuim en €550 voor verzoekschriftkosten toegekend.