ECLI:NL:RBAMS:2020:1984
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking vergoeding kosten rechtsbijstand en tijdsverzuim na onvoorwaardelijk sepot
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten rechtsbijstand (€129.572,70), tijdsverzuim (€13.940) en kosten verzoekschrift (€550) na onvoorwaardelijk sepot van zijn strafzaak op 20 juni 2019.
De rechtbank constateerde dat de ingediende declaraties onvoldoende inzicht boden in de aard en toereikendheid van de werkzaamheden, mede doordat kosten deels betrekking hadden op een fiscale procedure waarbij verzoeker geen partij was. De rechtbank schatte daarom de vergoeding voor rechtsbijstand billijk op €30.000 en voor tijdsverzuim op €6.000.
De kosten voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift werden conform standaardvergoeding toegekend (€550). Het verzoek werd in zoverre toegewezen en voor het overige afgewezen.
De beschikking werd uitgesproken op 24 maart 2020 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Amsterdam onder voorzitterschap van mr. P.L.C.M. Ficq.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €36.550 toegekend voor rechtsbijstand, tijdsverzuim en kosten verzoekschrift na onvoorwaardelijk sepot.