ECLI:NL:RBAMS:2020:1948
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie na intrekking Europees aanhoudingsbevel
Deze zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse rechtbank. Het EAB was gericht op de aanhouding en overlevering van een persoon geboren in Polen in 1989.
De procedure startte in januari 2016 en werd behandeld op een zitting in april 2016, waarna het onderzoek werd geschorst in afwachting van een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De behandeling werd voortgezet op 10 maart 2020.
De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk omdat het EAB was ingetrokken nadat de opgeëiste persoon in Polen was aangehouden. De rechtbank oordeelde dat met de intrekking van het EAB de grondslag van de vordering verviel en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot in behandeling nemen van het ingetrokken Europees aanhoudingsbevel.