Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
4.Waardering van het bewijs
opzettelijkbegaan van de verweten gedraging.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
- de positie van de verdachte binnen het bedrijf;
- de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de adviseur;
- de specifieke deskundigheid van de adviseur;
- de complexiteit van de materie waarover advies wordt ingewonnen;
- de manier waarop en de omstandigheden waaronder het advies is ingewonnen en gegeven.
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 23 en 51 van het Wetboek van Strafrecht;
- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten
- 8.40 van de Wet milieubeheer;
- 3.30 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
- 3.35 van de Activiteitenregeling milieubeheer.
10.Beslissing
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.
[verdachte]daarvoor strafbaar.
€ 4.000,-(vierduizend euro).
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]