De zaak betreft een geschil over de juiste functietoekenning van eiseres na een reorganisatie bij de gemeente Amsterdam. Eiseres werd per 1 mei 2018 geplaatst in de functie [functie 3], maar stelt dat zij terecht in een hogere functie, [functie 2], had moeten worden geplaatst. De rechtbank beoordeelde of het college de juiste peildatum heeft gehanteerd, of de werkzaamheden van eiseres juist zijn vastgelegd in het Functie Informatie Formulier (FIF) en of de kwalificatie van de functie passend is.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht uitging van de peildatum 1 januari 2017, omdat de reorganisatie toen al in gang was gezet en latere peildata praktisch niet mogelijk waren. Werkzaamheden die eiseres na deze datum verrichtte, konden daarom niet worden betrokken bij het FIF. Ook werkzaamheden in het kader van een tijdelijke detachering werden als tijdelijk en niet structureel beoordeeld en hoefden niet te worden meegenomen.
De overige werkzaamheden van eiseres zijn volgens de rechtbank passend ondergebracht in het FIF en de functie [functie 3]. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar werkzaamheden meer aansluiten bij de hogere functie [functie 2]. Daarnaast voldeed zij niet aan de selectiecriteria voor de functie [functie 2], met name de vereiste 3 tot 7 jaar ervaring in het aansturen van complexe projecten. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.