ECLI:NL:RBAMS:2020:1113
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing bij koop op afstand consument
Eisende partij vordert betaling van €315,56 plus rente en kosten van gedaagde, een consument, wegens een koopovereenkomst die elektronisch tot stand is gekomen. De dagvaarding vermeldt de eis en gronden, maar voldoet niet aan de vereisten van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro, omdat essentiële feiten en bewijs ontbreken.
Eisende partij heeft een informatieformulier ingevuld en aangevoerd dat de overeenkomst op afstand is gesloten, waarbij algemene voorwaarden van toepassing zijn. Echter, zij heeft nagelaten te bewijzen dat tijdens de online aanmelding is voldaan aan de wettelijke informatieverplichtingen uit artikel 6:230m lid 1 BW, zoals het verstrekken van een bevestiging op duurzame drager en informatie over het recht van ontbinding.
Ook is geen kopie van de factuur of een overzicht van ontvangen betalingen overgelegd, noch de ingebrekestelling of eventuele reactie daarop. De enkele verwijzing naar algemene voorwaarden is onvoldoende. Ondanks erkenning van de vordering door de dochter van gedaagde, blijft de ambtshalve toetsing gelden.
De kantonrechter concludeert dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en wijst deze af. Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving van wettelijke informatieverplichtingen bij koop op afstand.