Eiser, na detentie in Engeland uitgezet naar Nederland, vroeg op 21 september 2018 via de gemeente Amsterdam om een woning via maatschappelijke opvang. De GGD concludeerde dat eiser voldoende zelfredzaam is, wat volgens het gemeentebeleid uitsluit dat hij in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang. Na een eerste onvoldoende zorgvuldig onderzoek door de GGD, gaf de rechtbank opdracht tot een nieuw onderzoek.
Het tweede GGD-advies bevestigde dat eiser zelfredzaam is en momenteel naar tevredenheid wordt opgevangen in het passantenhotel, waar hij begeleiding krijgt bij het zoeken naar een woning. Eiser erkent zelf dat hij zelfstandig kan wonen. De rechtbank volgt dit advies en oordeelt dat de gemeente de aanvraag terecht heeft afgewezen.
Hoewel eiser problemen met alcoholgebruik en een beperkt sociaal netwerk heeft, vindt de rechtbank dat de opvang en begeleiding in het passantenhotel voldoende zijn om zijn huisvestingsprobleem te ondervangen. Omdat het eerste GGD-onderzoek niet zorgvuldig was, krijgt eiser een vergoeding van de proceskosten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.