Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Geldigheid van de dagvaarding
Financial Intelligence Unit - Nederland(FIU). Uit het dossier blijkt dan ook voldoende duidelijk welke transacties het verwijt betreft. Dat er in de tenlastelegging slechts een aantal transacties is gespecifieerd doet aan de duidelijkheid niet aan af. Het verweer wordt daarom verworpen. Dat de verdediging heeft begrepen waartegen zij zich moet verweren blijkt ook uit de omstandigheid dat ook ten aanzien van de overige transacties gedetailleerd, zij het ook voorwaardelijk, verweer is gevoerd
4.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
5.Waardering van het bewijs
onverwijldzijn gemeld.
op of omstreeks 13 november 2014.De informatie in het dossier is innerlijk tegenstrijdig, waarbij meerdere mogelijkheden worden gepresenteerd die niet naast elkaar verenigbaar zijn. Verdachte moet daarom worden vrijgesproken voor deze transactie.
onverwijldmoeten melden.
.
documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron. Voorts noemt artikel 4 lid 2 van Pro de Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme als document op basis waarvan kan worden voldaan aan artikel 11, tweede lid, eerste volzin, van de wet, onder sub a een uittreksel uit het handelsregister. De rechtbank is dan ook van oordeel, dat uit de wet volgt dat een uittreksel uit het handelsregister van de KvK een document is waarmee de identiteit van een rechtspersoon kan worden geverifieerd. Dat dit niet zo in de Leidraad Wwft 2013 staat, zoals door de verdediging is aangevoerd, doet daar niet aan af.
6.Bewezenverklaring
7.Het bewijs
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstrafvan
100 (honderd) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 (vijftig) dagen.