ECLI:NL:RBAMS:2019:7211
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot afwijzing van klaagschrift tegen beslag op contant geld wegens witwassen
Op 24 januari 2019 werd een bedrag van €10.020,- in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro, omdat klager wordt verdacht van witwassen. Klager verzocht via een klaagschrift ex artikel 552a Sv om teruggave van het geld, stellende dat het bedrag legaal is verkregen en afkomstig is uit spaargeld en inkomsten uit de taxibranche.
De rechtbank voerde een summiere beoordeling uit, waarbij het belang van strafvordering centraal stond. De officier van justitie stelde dat het voortduren van het beslag noodzakelijk is omdat het geld vermoedelijk door witwassen is verkregen, mede gezien de omstandigheden van de aanhouding en de onduidelijkheid over de herkomst van het geld.
De rechtbank oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld zal verbeurd verklaren, waardoor het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave. Het klaagschrift werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen het beslag op €10.020,- wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.