ECLI:NL:RBAMS:2019:7136

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 augustus 2019
Publicatiedatum
27 september 2019
Zaaknummer
C/13/670995 HA RK 19/281
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 515 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na mondelinge uitspraak in strafzaak

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. L. Dolfing, politierechter te Amsterdam, nadat hij was veroordeeld in een strafzaak. De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een rechter die de zaak nog in behandeling heeft. Omdat de rechter reeds mondeling uitspraak had gedaan, was het verzoek niet-ontvankelijk.

Verzoeker verliet voortijdig de zitting vanwege de attitude van de rechter en betoogde dat de rechter vanwege haar verleden bij de politie Amsterdam/Amstelland niet onpartijdig kon zijn. De rechter sloot het onderzoek en deed direct uitspraak, waarna het wrakingsverzoek per e-mail werd ingediend.

De wrakingskamer stelde vast dat het verzoek niet tijdig was ingediend en dat de rechter niet meer bevoegd was de zaak te behandelen. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder mondelinge behandeling. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek werd ingediend na mondelinge uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het schriftelijk gedane en onder zaak- en rekestnummer C/13/670995 HA RK 19/281 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. L. Dolfing, politierechter te Amsterdam.

1.Verloop van de procedure

De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van:
het door verzoeker op 15 augustus 2019 om 13:20 uur per e-mail ingediende verzoek tot wraking;
de schriftelijke reactie van de rechter van 16 augustus 2019;
de schriftelijke reactie van de griffier van de rechter van 20 augustus 2019 met de aantekening mondeling vonnis.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Bij de rechtbank was een strafprocedure aanhangig met parketnummer 13-209820-18 jegens verzoeker als verdachte. Op 15 augustus 2019 heeft de behandeling van de strafzaak plaatsgevonden en heeft de rechter aansluitend mondeling uitspraak gedaan. Verzoeker is veroordeeld tot betaling van een geldboete van € 200,- subsidiair vier dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en tot betaling van € 300,- aan de benadeelde partij.
2.2.
In artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij enige vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
2.3.
Verzoeker heeft aangevoerd dat hij na inzicht in het dossier en gelet op de attitude van de rechter tijdens de zitting bewust voortijdig de zitting heeft verlaten en direct heeft verzocht de rechter te wraken. De scriptie van de rechter en haar geschiedenis bij de politie Amsterdam/Amstelland maken haar een niet betrouwbare partij. Het vonnis is verzoeker niet tegemoet gekomen. Volgens verzoeker heeft hij
nadrukkelijk verzocht om wraking en heeft de rechter dat genegeerd. De rechter heeft een te sterke loyaliteit aan haar oud collega’s van de politie in Amsterdam/Amstelland en daardoor kan de rechter geen objectief oordeel vellen.
2.4.
De rechter heeft niet berust in het wrakingsverzoek en heeft als volgt gereageerd. Verzoeker was samen met zijn raadsman mr. J. Gunning aanwezig tijdens de zitting van 15 augustus 2019. Tijdens de zitting heeft verzoeker noch zijn raadsman haar gewraakt. De rechter heeft het onderzoek ter terechtzitting gesloten en meteen mondeling uitspraak gedaan. Daarna heeft verzoeker per e-mail zijn wrakingsverzoek gedaan. De rechter meent daarom dat verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek moet worden verklaard.
2.5.
De wrakingskamer stelt voorop dat een wrakingsverzoek alleen gericht kan worden tegen de rechter bij wie een zaak in behandeling is. In dit geval heeft de rechter reeds vonnis gewezen. Gelet daarop dient het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk te worden afgewezen nu de rechter de zaak van verzoeker niet meer in behandeling heeft.
2.6.
Nu het wrakingsverzoek aanstonds niet-ontvankelijk wordt verklaard is voor een mondelinge behandeling zoals bedoeld in artikel 515, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering geen aanleiding.
2.7.
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.W.J. Ros en P.B. Martens, leden en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.