ECLI:NL:RBAMS:2019:6230
Rechtbank Amsterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen uitblijven dwangsombeschikking inzake AVG-verzoek niet-ontvankelijk verklaard
Eiser diende op 22 november 2018 een verzoek in bij verweerder op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) met het doel informatie te verkrijgen over de verwerking van zijn persoonsgegevens. Omdat verweerder niet binnen redelijke termijn een besluit nam, stelde eiser verweerder op 11 april 2019 in gebreke. Na ontvangst van een informatieve brief van verweerder op 31 mei 2019, stelde eiser op 6 juni 2019 opnieuw een ingebrekestelling op vanwege het uitblijven van een dwangsombeschikking. Op 18 juli 2019 stelde eiser beroep in bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een dwangsombeschikking.
Verweerder voerde aan dat het verzoek van eiser geen inzageverzoek betrof, maar een verzoek om informatie over gegevensverwerking, waarop geen besluit ex artikel 15 AVG Pro vereist is en dus ook geen dwangsombeschikking. De rechtbank oordeelde dat het beroep ziet op het niet tijdig nemen van een dwangsombeschikking ex artikel 4:18 Awb Pro, maar dat verweerder geen besluit hoefde te nemen omdat het verzoek geen inzageverzoek was. De brief van 31 mei 2019 was slechts informatief en bevatte geen besluit met rechtsmiddelenclausule.
Daarom was er geen sprake van een besluit dat te laat was genomen en was het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank wees een vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Otten op 23 augustus 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een dwangsombeschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard.