ECLI:NL:RBAMS:2019:5407
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten en misbruik van recht
Verzoeker heeft bij de rechtbank Amsterdam een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter A.W.J. Ros, belast met de behandeling van een lopende procedure onder zaaknummer CV EXPL 18-10110. Het verzoek strekte tot wraking wegens vermeende vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering een verzoek tot wraking alleen ontvankelijk is indien concrete feiten en omstandigheden worden aangevoerd waaruit blijkt dat de rechter jegens een partij vooringenomen is of dat er een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat dat de rechter niet onpartijdig is. Verzoeker voldeed hier niet aan, omdat het verzoek slechts algemene bewoordingen bevatte zonder specifieke feiten of omstandigheden te noemen.
Daarnaast werd overwogen dat het wrakingsverzoek mogelijk niet tijdig was ingediend en dat het verzoek lichtvaardig en zonder relevante grondslag werd gedaan. Gezien het feit dat dit het derde wrakingsverzoek in dezelfde zaak betrof, werd dit aangemerkt als misbruik van recht. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker tegen dezelfde rechter niet meer in behandeling worden genomen.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de onderliggende procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van indiening van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige wrakingsverzoeken niet meer in behandeling genomen wegens misbruik van recht.