Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Courtin Poznań, Polen en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[adres] , [woonplaats] ,
1.Procesgang
the Regional Courtin
Poznań,de vragen beantwoord.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
‘enforceable judgment on detention’(een bevel tot voorlopige hechtenis), te weten een decision of the District Court in Piła van 27 oktober 2009
‘on applying measures consisting in detention order for the period of 14 days from the date of arrest’met zaaksnummer II Kp 750/09.
4.Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1955 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW
Regional Court in Poznánheeft rechter T. Borowczak op 3 december 2018 de volgende garantie gegeven:
‘oplichting’.
6.6. Artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
hierna: HvJ) van 25 juli 2018 in de zaak C-216/18 PPU (
hierna: het arrest). De rechtbank verwijst in zoverre naar de tussenuitspraak van 16 augustus 2018.
gehouden is te beoordelen of hij een reëel gevaar loopt dat dit grondrecht zal worden geschonden.
1. Dreigt een reëel gevaar dat het grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast wegens structurele of fundamentele gebreken wat de rechterlijke macht van de uitvaardigende lidstaat betreft, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties van die staat in gevaar brengen?
2. In hoeverre kunnen de structurele of fundamentele gebreken wat de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties van de uitvaardigende lidstaat betreft, zoals die uit de ter beschikking staande gegevens blijken, gevolgen hebben op het niveau van de rechterlijke instanties van die staat die bevoegd zijn voor de procedures waaraan de opgeëiste persoon zal worden onderworpen?
3. Zijn er, in het licht van de specifieke zorgen die de opgeëiste persoon tot uitdrukking heeft gebracht en de eventueel door hem verstrekte inlichtingen, zwaarwegende en op feiten berustende gronden om aan te nemen dat hij een reëel gevaar loopt dat zijn grondrecht op een onafhankelijk gerecht zal worden geschonden en derhalve dat zijn grondrecht op een eerlijk proces in de kern zal worden aangetast, gelet op zijn persoonlijke situatie, de aard van het strafbare feit waarvoor hij wordt vervolgd en de feitelijke context die aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt”.
The District Courtin Piła die het bevel tot voorlopige hechtenis heeft uitgevaardigd, heeft de vragen niet beantwoord.
the District Courtin Piła de beoordeling of het recht op een eerlijk proces in gevaar komt, bemoeilijkt. De officier van justitie heeft verzocht gelegenheid te krijgen de vragen opnieuw voor te leggen aan de rechtbank in Piła.
Verklaring opgeëiste persoonDe opgeëiste persoon heeft verklaard dat hij er voor vreest dat de Poolse autoriteiten de verstrekte terugkeergarantie niet zullen naleven.
.
the District Court in Piła. De rechtbank verzoekt de informatie alsnog ook voor deze (en eventuele andere) bevoegde instantie(s) te verstrekken en zo nodig de vragen ter beantwoording aan de betreffende instanties door te geleiden.
7.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd;