ECLI:NL:RBAMS:2019:4347
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging overleveringsdetentie na arrest HvJ EU over rechterlijke autoriteit
Op 7 juni 2019 behandelde de rechtbank Amsterdam een verzoek tot verlenging van de gevangenhouding van een opgeëiste persoon die overgeleverd zou worden aan Duitsland. De officier van justitie vorderde verlenging omdat er een onherroepelijke uitspraak was waarin de overlevering was toegestaan. De verdediging stelde dat de detentie onrechtmatig was geworden na een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 27 mei 2019.
De rechtbank overwoog dat het arrest van het HvJ EU inhoudt dat het Europese aanhoudingsbevel (EAB) niet was uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit, zoals vereist volgens het Kaderbesluit 2002/584/JHA. Hierdoor zou het EAB niet in behandeling worden genomen indien het nu zou worden voorgelegd. Dit maakt dat de detentie niet langer rechtmatig is.
De rechtbank concludeerde dat er een reële kans is dat de feitelijke overlevering niet kan plaatsvinden en wees daarom de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af. Vervolgens werd de overleveringsdetentie per direct opgeheven. Hiermee sluit de rechtbank aan bij het arrest van het HvJ EU en beschermt zij de rechten van de opgeëiste persoon tegen onrechtmatige vrijheidsberoving.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verlenging van de overleveringsdetentie af en heft de detentie op.