Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 mei 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving vanaf 29 december 2014 een WW-uitkering. Verweerder startte een handhavingsonderzoek en constateerde dat eiser werkzaamheden had verricht zonder dit te melden aan het UWV, waardoor hij ten onrechte een te hoge uitkering ontving.
Verweerder herzag het besluit en vorderde € 3.585,03 terug over de periode 29 augustus 2016 tot en met 1 januari 2017. Tevens legde hij een boete van € 1.792,52 op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiser voerde aan geen loon te hebben ontvangen en betwistte de terugvordering en boete.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn werkzaamheden had moeten melden en dat het niet ontvangen van loon niet relevant is voor de terugvordering of boete. Er waren geen dringende redenen om terugvordering of boete te matigen. De boete was passend gezien de verwijtbaarheid.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat eiser tegen deze uitspraak hoger beroep kan instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de WW-uitkering en de boete wordt ongegrond verklaard.