ECLI:NL:RBAMS:2019:2848

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 januari 2019
Publicatiedatum
18 april 2019
Zaaknummer
C/13/659343 / HA RK 18/405
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechterlijke macht niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete feiten

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de gehele Nederlandse rechterlijke macht en de rechtbank Amsterdam, zonder zich te richten op een specifieke rechter. Het verzoek bevatte slechts algemene bewoordingen van wantrouwen jegens de rechtspraak, zonder concrete feiten of omstandigheden die de schijn van vooringenomenheid zouden kunnen wekken.

De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering een wrakingsverzoek moet zijn gebaseerd op concrete feiten die aantonen dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is. Omdat verzoeker dit niet had gedaan, werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en kon de mondelinge behandeling worden achterwege gelaten.

Daarnaast werd het verzoek als lichtvaardig en zonder relevante grondslag beschouwd, gericht tegen de gehele rechterlijke macht, wat werd aangemerkt als misbruik van recht. De rechtbank bepaalde daarom dat een volgend wrakingsverzoek tegen de rechter die de zaak van verzoeker behandelt niet in behandeling zal worden genomen.

De procedure onder zaaknummer 7413051 CV EXPL 18-28073 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van indiening van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten en misbruik van recht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op het bij brief met bijlagen van 21 december 2018 schriftelijke gedane en onder rekestnummer C/13/659343 / HA RK 18/405 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van de Nederlandse rechtsstaat of elke geleding hiervan, de gehele rechterlijke macht of elke geleding hiervan, de rechtbank Amsterdam of elk lid daarvan.

1.Verloop van de procedure

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het door verzoeker op 21 december 2018 ingediende verzoek tot wraking met als bijlagen:

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Bij de rechtbank is onder zaaknummer 7413051 CV EXPL 18-28073 een procedure aanhangig waarbij verzoeker partij is. De zaak heeft voor de eerste keer gediend op de rolzitting van 17 december 2018 voor het nemen van een conclusie van antwoord. Namens de wederpartij van verzoeker is verzocht om uitstel voor antwoord, dit is verleend tot 18 januari 2019. Het is nog niet bekend welke rechter de zaak inhoudelijk zal beoordelen.
2.2.
In artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3.
Uit de wet en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit volgt dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.
2.4.
In het verzoekschrift, dat aan deze beschikking is gehecht, wordt slechts in algemene bewoordingen een wantrouwen tegen de rechtspraak geventileerd. Nog daargelaten dat het verzoek zich niet tegen een specifieke rechter richt, zijn geen concrete feiten of omstandigheden gesteld waaruit (de schijn van) vooringenomenheid van een rechter jegens verzoeker zou blijken.
-
2.5.
Bij gebreke van dergelijke feiten is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.
2.6.
Omdat door verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder kenbare relevante grondslag en tegen de gehele rechterlijke macht is ingezet, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet in behandeling wordt genomen.
2.7.
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
 verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;
 bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet meer in behandeling zal worden genomen;
 bepaalt dat de procedure geregistreerd onder zaaknummer 7413051 CV EXPL 18-28073 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment dat het wrakingverzoek werd ingediend.
Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.W.J. Ros en P.B. Martens, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 januari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.