Op 17 oktober 2013 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden met een gele tas waarin 994 gram cocaïne en 398 gram hennep werden aangetroffen. Verdachte droeg daarnaast €16.900,- verstopt bij zijn scrotum. Verdachte werd vervolgd voor medeplegen van het bezit van deze drugs en witwassen van het geldbedrag.
De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid aan wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank oordeelde dat ondanks een overschrijding van ruim vier jaar dit niet tot niet-ontvankelijkheid leidt. De overschrijding wordt gecompenseerd door strafvermindering.
De rechtbank achtte het witwassen niet bewezen omdat verdachte een concrete, verifieerbare verklaring gaf voor de herkomst van het geld en het Openbaar Ministerie geen nader onderzoek had gedaan. Voor het drugsbezit oordeelde de rechtbank dat verdachte medepleger was, omdat hij wetenschap had van de drugs en samen met de medeverdachte de beschikkingsmacht had.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden, gelijk aan het voorarrest, als strafkorting voor de termijnoverschrijding. Verder werd een brandblusser onttrokken aan het verkeer en andere inbeslaggenomen goederen teruggegeven.