ECLI:NL:RBAMS:2019:2548

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 april 2019
Publicatiedatum
9 april 2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 5542
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrouw moet parkeerboete betalen wegens ontbreken betaald parkeertarief

Op 22 juli 2018 constateerde een parkeercontroleur dat de auto van eiseres zonder geldig parkeerrecht stond geparkeerd aan de Bundlaan te Amsterdam. Eiseres betwistte de naheffingsaanslag omdat zij vond dat de gemeente onvoldoende had kenbaar gemaakt dat er betaald parkeren gold, mede omdat tot 1 juli 2018 kosteloos parkeren met een blauwe schijf mogelijk was.

De gemeente stelde dat eiseres had kunnen weten dat betaald parkeren van toepassing was, omdat er een parkeerautomaat nabij de parkeerplaats was geplaatst en de blauwe strepen waren verwijderd. De rechtbank overwoog dat van een parkeerder mag worden verwacht dat deze bij het parkeren controleert of er betaald parkeren geldt.

Aangezien eiseres niet in de betreffende zone woonde en slechts af en toe parkeerde, moest zij rekening houden met een gewijzigd parkeerregime. De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 18/5542

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2019 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: P.M.J. Ebbelink),
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: A. van Beek).
Partijen worden hierna [eiseres] en de heffingsambtenaar genoemd.

Procesverloop

Op 26 juli 2018 heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam aan [eiseres] een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Bij uitspraak op bezwaar van 17 augustus 2018 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard.
[eiseres] heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2019. [eiseres] en de heffingsambtenaar hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Op 22 juli 2018 om 13:35 uur heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat de auto van [eiseres] met kenteken [kenteken] ter hoogte van Bundlaan 30 te Amsterdam stond geparkeerd. Bij de controle is gebleken dat geen geldig parkeerrecht voor de auto was geregistreerd.
2. [eiseres] vindt dat de aanslag onterecht is opgelegd. Zij vindt namelijk dat de heffingsambtenaar niet voldoende kenbaar heeft gemaakt dat er een regime van betaald parkeren gold op de Bundlaan. Tot 1 juli 2018 was dat nog niet zo. Toen kon er kosteloos worden geparkeerd met gebruik van de blauwe parkeerschijf. [eiseres] vindt dat de heffingsambtenaar meer borden had moeten plaatsen. Zij heeft foto’s overgelegd waaruit blijkt dat de heffingsambtenaar op 30 juli 2018 pas een bord heeft geplaatst. Volgens haar volgt hieruit dat de heffingsambtenaar zelf ook vond dat het parkeerbeleid ter plaatse onduidelijk was.
3. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat [eiseres] had kunnen weten dat zij parkeergeld moest betalen. Hij heeft een foto van 27 juli 2018 overgelegd waarop is te zien dat er een parkeerautomaat ter hoogte van Bundlaan nummer 60 is geplaatst. Deze parkeerautomaat staat ongeveer 36 meter vanaf de locatie waar [eiseres] parkeerde en was volgens de heffingsambtenaar zichtbaar voor [eiseres] . Ook zijn de blauwe strepen langs de parkeervakken weggehaald, aldus de heffingsambtenaar.
4. Volgens vaste rechtspraak rust op de heffingsambtenaar de plicht om ter plaatse kenbaar te maken dat parkeerbelasting verschuldigd is. Van een parkeerder mag echter worden verwacht dat hij bij aanvang van het parkeren voldoende onderzoekt of parkeerbelasting verschuldigd is. Dit houdt in dat hij oplet of hij bebording ‘betaald parkeren’ of een parkeerautomaat passeert en dat hij zich nadat hij heeft geparkeerd inspant om te onderzoeken of voor het parkeren parkeerbelasting verschuldigd is. [1]
5. [eiseres] woont niet in de zone waar zij geparkeerd stond, maar komt hier af en toe parkeren. In een dergelijk geval moet er rekening mee worden gehouden dat het parkeerregime ter plaatse veranderd. In dit geval waren de eerder aanwezige blauwe strepen die een blauwe zone indiceren verwijderd en was er nabij de plaats waar [eiseres] parkeerde een parkeerautomaat geplaatst. De rechtbank vindt dan ook dat [eiseres] moest weten dat zij parkeergeld moest betalen. Dat later nog een extra bord is geplaatst om aan te geven dat voor parkeren moet worden betaald, maakt voorgaande niet anders. De aanslag is dus terecht opgelegd.
6. Het beroep is ongegrond. [eiseres] krijgt dus geen gelijk.
7. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 april 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 12 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3863.