Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Het bewijs
5.De strafbaarheid van het feit en van verdachte
6.Geen straf of maatregel
7.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Op 11 oktober 2016 werd in een woning te Amsterdam een hennepkwekerij met 353 planten ontdekt. Verdachte werd samen met anderen aangetroffen in de woning, waar afgeknipte henneptoppen lagen. Verdachte werd primair verdacht van medeplegen van de hennepteelt, subsidiair van medeplichtigheid door knippen van toppen.
De rechtbank oordeelde dat het primair tenlastegelegde niet bewezen kon worden, maar achtte het subsidiair tenlastegelegde bewezen. Verdachte had opzet op het bevorderen van de hennepteelt door het knippen van toppen. Diverse verklaringen en de vondst van afgeknipte toppen ondersteunden dit.
De officier van justitie eiste een voorwaardelijke taakstraf, de verdediging pleitte vrijspraak of geen strafoplegging. De rechtbank hield rekening met de geringe rol van verdachte, bedreigingen en mishandelingen door medeverdachten, de tijd sinds aanhouding en het ontbreken van eerdere veroordelingen. Op grond van artikel 9a Sr werd geen straf of maatregel opgelegd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen, verklaarde medeplichtigheid bewezen en strafbaar, maar legde geen straf op. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 8 februari 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen hennepteelt, wel bewezen medeplichtigheid aan knippen van henneptoppen, maar er wordt geen straf opgelegd.