Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding
the pain of the family [naam familie] ’en is een foto te zien van twee mannen die gearmd lopen met een kind aan de hand van één van hen. Naar aanleiding van verschillende meldingen op politiebureaus in Amsterdam West en Nieuw-West is de politie een onderzoek gestart. De melders wilden aangifte doen omdat zij de flyers als beledigend en discriminerend ervoeren. Via camerabeelden zijn drie verspreiders van de flyers (verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] ) in beeld gevat en is hun identiteit via de kentekenhouder van de auto waarin zij zich verplaatsen achterhaald. Verdachte heeft bekend dat hij één van de verspreiders is van de flyers. Daarbij zouden ook andere personen naast verdachte en zijn medeverdachten betrokken zijn. Desgevraagd wilden de verdachten de namen van deze personen niet noemen.
3.Tenlastelegging
4.Waardering van het bewijs
Groepsbelediging?
Aanzetten tot discriminatie?
“(..) moeten alle Moslims, Christenen en Joden zich verenigen”. Het is daarbij niet vereist dat de discriminatie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Een krachtversterkend element is bij het aanzetten tot discriminatie niet vereist.
De context van de uitlatingen
the pain of the Family [naam familie], zonder enige verdere uitleg over wie de familie [naam familie] is en in welke situatie de gezinsleden zich bevinden. De uitlatingen zijn evenmin dienstig aan een artistieke expressie.
Onnodig grievend?
.De uitlatingen van de verdachte waren immers, zoals hiervoor al is overwogen, voor hen niet alleen sterk diffamerend, maar hadden ook de strekking het publiek aan te zetten hen te discrimineren.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
medeplegen van het anders dan ten behoeve van een zakelijke berichtgeving een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een uitlating als bedoeld in artikel 137e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, is vervat, aan iemand, anders dan op diens verzoek, doen toekomen en/of verspreiden, meermalen gepleegd.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
€ 500,-(vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen.