Uitspraak
20 februari 2019betreffende wijziging van alimentatie
Rechtbank Amsterdam
De man verzocht de rechtbank om de partneralimentatie aan de vrouw te beëindigen of te wijzigen, primair per 1 september 2018. De vrouw verzet zich tegen dit verzoek en beroept zich op een niet-wijzigingsbeding in het echtscheidingsconvenant dat wijziging bij rechterlijke uitspraak uitsluit.
De rechtbank overwoog dat het niet-wijzigingsbeding ook de inspanningsverplichting van de vrouw omvat en dat er geen ingrijpende wijziging van omstandigheden is die een uitzondering op dit beding rechtvaardigt. De vrouw heeft zich weliswaar niet kunnen handhaven op de arbeidsmarkt, maar dit was bij het sluiten van de overeenkomst voorzien en partijen hebben geen consequenties verbonden aan het niet voldoen aan de inspanningsverplichting.
Ook het subsidiaire verzoek van de man op grond van redelijkheid en billijkheid werd afgewezen vanwege de ongelijkwaardige financiële positie van partijen en het ontbreken van bewijs van een onredelijke situatie. Het meer subsidiaire verzoek tot vaststelling van overeenstemming over wijziging werd eveneens afgewezen omdat geen definitieve afspraken zijn gemaakt en de vrouw het aanvullende convenant niet heeft ondertekend. Verzoeken tot terugbetaling van teveel betaalde alimentatie en proceskosten werden eveneens afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot wijziging van partneralimentatie af en verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn primaire en subsidiaire verzoeken.