Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
pogingtot kaping van een helikopter door deze helikopter met geweld, bedreiging met geweld of vreesaanjaging in zijn macht te brengen/houden en/of van zijn route af te doen wijken.
voorbereid.
3.Inleiding
4.Waardering van het bewijs
iets waarschijnlijkeris – de één na laagste ordergrootte van bewijskracht en dus geen bewijskracht - dat verdachte heeft deelgenomen aan de belastende telefoongesprekken. Deze conclusie van het NFI ondersteund dus de ontkenning van verdachte op dit punt. En verder kan niet worden vastgesteld waarom de auto’s op de [adres] of in de omgeving daarvan werden geparkeerd. Niet geconcludeerd kan worden dat dit was omdat medeverdachten met verdachte spraken over ontvluchtingsplannen. Ook is niet komen vast te staan dat verdachte de landingsplaats in Weert op 11 oktober 2017 heeft verkend. Niet gebleken is bovendien dat verdachte een wapen in zijn bezit heeft gehad. DNA-sporen of dactyloscopische sporen werden niet aangetroffen op (onderdelen van) wapens of munitie. Daarom moet verdachte van het medeplegen van de poging tot kaping (feit 1 primair) en de poging tot bevrijding van een gevangene (feit 2) worden vrijgesproken.
bestemd zijntot het begaan van een
ernstig, nader bepaald misdrijfwaar een gevangenisstraf van acht jaar of meer voor kan worden opgelegd. Met de term ‘dat misdrijf’ in de zinsnede ‘bestemd tot het begaan van dat misdrijf’ wordt gedoeld op het misdrijf dat is voorbereid, en dus niet op de voorbereiding zelf. (Zie bijvoorbeeld HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1956,
NJ2013/133, waarin werd geoordeeld dat een telefoon waarmee verdachten gesprekken voerden over een uit te voeren overval, niet kon worden aangemerkt als een voorwerp dat bestemd was tot het begaan van die overval. De telefoon werd gebruikt bij de voorbereiding van de overval, maar zou geen rol van betekenis hebben bij het uitvoeren van de overval).
bestemd waren tot het begaan van het kapen van een helikopter.
)en dat deze gebruikt zouden worden bij het kapen van de helikopter waarmee [naam gevangene] zou moeten worden bevrijd. De wetenschap van het misdadige plan blijkt niet alleen uit de inhoud van voorgaande tapgesprekken, maar ook uit andere tapgesprekken. In tapgesprek 822 zegt verdachte tegen [medeverdachte 1] dat hij tijd moet rekken en tien voor twee pas naar boven moet gaan, wat aansluit op de luchttijden van [naam gevangene] in de gevangenis die op 11 oktober 2017 van 13.55 uur tot 14.55 uur naar buiten mocht. Ook heeft verdachte op 11 oktober 2017 om 13.24 uur een inkomend telefoongesprek ontvangen van een telefoon die later bij [naam gevangene] in de PI is teruggevonden. Deze feiten en omstandigheden maken dat verdachte naar het oordeel van de rechtbank op de hoogte moet zijn geweest van de wapens in de BMW in Weert en van het misdadige plan om een helikopter met geweld te kapen.
5.Bewezenverklaring
6.Motivering van de straf
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
en aanzien van feit 3:
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
30 (dertig) maanden.
teruggave aan verdachtevan: