Op 22 juni 2018 maakte verdachte zich schuldig aan het bedreigen van twee hulpverleners door met een broodmes stekende en zwaaiende bewegingen te maken in een kleine ruimte. Hoewel sprake was van letsel aan één van de slachtoffers, kon niet worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel had toegebracht. De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot zwaar lichamelijk letsel en mishandeling.
De rechtbank achtte de bedreiging met het mes echter bewezen, mede vanwege de bedreigende situatie in de kleine ruimte en het kartelmes. Verdachte werd niet strafbaar gehouden wegens een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis die zijn realiteitstoetsing ernstig verstoorde ten tijde van het feit. Rapportages van een psycholoog en psychiater bevestigden de ziekelijke stoornis en adviseerden opname in een psychiatrisch ziekenhuis.
De rechtbank ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging en bepaalde dat hij voor de duur van één jaar in een psychiatrisch ziekenhuis wordt geplaatst. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het bewind over de verdachte en het ontbreken van een bewindvoerder in het geding.