Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
- een geldbedrag van € 71.475,-;
- zes horloges;
- een armband;
- een auto.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
nauwkeurig aangeduidmisdrijf. Wel is vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit
enigmisdrijf. Om dit te beoordelen hanteert de rechtbank het volgende toetsingskader.
- een geldbedrag van 60.000 euro onder een matras;
- een geldbedrag van 5.825 euro in een toilettas in een kast in de woonkamer;
- vier horloges van het merk Rolex;
- een horloge van het merk Audemars Piguet Off Shore;
- een horloge van het merk Eberhard;
- een autosleutel van het merk Volvo, die blijkt te horen bij de auto van verdachte, te weten een Volvo V40 met het kenteken [kenteken] .
- de hoge waarde van de aangetroffen voorwerpen;
- de waarde en samenstelling van de geldbedragen;
- het aanmerkelijk lagere vastgestelde inkomen van verdachte en [medeverdachte] ;
- de locaties waar de geldbedragen werden aangetroffen;
- de overige aangetroffen goederen in de woning, zoals de vele mobiele telefoons, simkaarten, autosleutels en een geldtelmachine;
- het feit dat de politie niet direct de woning werd binnengelaten en [medeverdachte] op dat moment spullen van het balkon gooide, waaronder mobiele telefoons en een autosleutel van een Peugeot waarin een verborgen ruimte werd aangetroffen.
wistdat de goederen van misdrijf afkomstig waren. Wél is het zo dat de goederen een grote waarde vertegenwoordigen. De vele dure horloges en de dure auto hadden bij verdachte dan ook vragen moeten oproepen waar deze goederen van werden betaald of hoe deze waren verkregen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat zij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze goederen van (enig) misdrijf afkomstig waren. Het (schuld)witwassen van deze goederen is daarmee bewezen.
5.Bewezenverklaring
- zes horloges, te weten vier horloges van het merk Rolex en een horloge van het merk Audemars Piguet Off Shore en een horloge van het merk Eberhard en
- een auto van het merk Volvo,
voorhanden heeft gehad, terwijl zij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die voorwerpen afkomstig waren uit enig misdrijf.
6.De strafbaarheid van het feit en de strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
3 (drie) maanden).
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van
160 (honderdzestig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast van
80 (tachtig) dagen.
2 (twee) urenper dag.