ECLI:NL:RBAMS:2018:5663
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning dakterras wegens privacybescherming en stadsgezicht
De eigenaar van een pand aan een adres in Amsterdam vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een dakterras op een uitbouw van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning op grond van strijd met het bestemmingsplan “Zuidelijke Binnenstad” en vanwege de bescherming van de privacy van bewoners van naastgelegen panden.
De rechtbank stelde vast dat het dakterras in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat er een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid was. Het college heeft echter beleidsvrijheid en discretionaire bevoegdheid om af te wijken, waarbij het belang van privacybescherming zwaarder woog dan het belang van de aanvrager. De rechtbank vond het advies van de stedenbouwkundige over de privacy-inbreuk niet onredelijk en oordeelde dat het college de weigering in redelijkheid kon baseren op dit advies.
Daarnaast achtte de rechtbank het belang van het behoud van de karakteristiek van het stadsgezicht in het UNESCO-werelderfgoedgebied zwaarwegend. Het college mocht het verzoek weigeren omdat het dakterras de karakteristiek onevenredig zou aantasten. Het beroep van de aanvrager op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat het college voldoende onderscheid had gemaakt tussen gevallen.
De rechtbank concludeerde dat het college de vergunning terecht had geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning.