Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2018 in de zaak tussen
[de persoon] , te Amsterdam, eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser is eigenaar van een benedenwoning met tuin in Amsterdam en betwist de WOZ-waarde van €382.500,- vastgesteld per 1 januari 2016. Hij stelt dat de waarde te hoog is vanwege de slechte staat van onderhoud, waaronder schimmelvorming en scheuren, en vraagt een waarde van €323.000,-. Ter onderbouwing overlegt hij een taxatierapport en foto’s van gebreken.
Verweerder, de gemeente Amsterdam, onderbouwt de vastgestelde waarde met verkoopprijzen van drie vergelijkingsobjecten in dezelfde buurt, die qua ligging, oppervlakte en kenmerken vergelijkbaar zijn. De taxateur stelt dat de woning van eiser per vierkante meter lager gewaardeerd is dan de vergelijkingsobjecten, waarmee rekening is gehouden met het onderhoud.
De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat het verschil in vierkantemeterprijs van de woning ten opzichte van de vergelijkingsobjecten de slechte staat van onderhoud adequaat weerspiegelt. De door eiser overgelegde foto’s tonen geen ernstige gebreken die een grotere waardevermindering rechtvaardigen.
Daarom is de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.