ECLI:NL:RBAMS:2018:4413
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing overleveringsdetentie wegens stakingen in Belgische gevangenissen
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de overleveringsdetentie van een opgeëiste persoon die aan België zou worden overgeleverd. De rechtbank nam kennis van het dossier en hoorde partijen, waaronder de opgeëiste persoon en zijn advocaat.
De officier van justitie verzette zich tegen opheffing van de overleveringsdetentie, stellende dat de stakingen in Belgische gevangenissen een overmachtsituatie vormden en dat schorsing na toestemming tot overlevering niet mogelijk was. De rechtbank wees het verzoek tot opheffing af, maar kende schorsing toe voor de duur van veertien dagen of korter zolang de staking voortduurt.
De rechtbank overwoog dat de staking in de Belgische inrichting waar de opgeëiste persoon zou worden gedetineerd een reëel gevaar op onmenselijke en vernederende behandeling oplevert, waardoor feitelijke overlevering niet mogelijk is. Gezien het geringe vluchtgevaar en de persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon achtte de rechtbank schorsing gerechtvaardigd onder strikte voorwaarden.
De opgeëiste persoon moet onder meer op een vast adres verblijven, zich tweemaal per week melden bij de politie, zijn reisdocument in bewaring geven en Nederland niet verlaten. De beslissing werd genomen op 22 juni 2018 door rechter W.A.J.P. van den Reek.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing overleveringsdetentie afgewezen, schorsing toegekend voor veertien dagen vanwege stakingen in Belgische gevangenissen.