Uitspraak
1.de besloten vennootschap Schiphol Nederland B.V.
1.[gedaagde sub 1]
[gedaagde sub 2]
- dagvaarding van 22 juli 2016;
- akte overlegging producties van de zijde van Schiphol van 20 februari 2017;
- antwoord/ eis in reconventie, van 18 april 2017;
- instructievonnis, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- repliek in conventie;
- dupliek in conventie;
- brief van 20 december 2017, waarbij namens Schiphol om pleidooi is verzocht;
- dat [gedaagde sub 1] gedurende de periode dat hij eigenaar was van [eenmanszaak 1] vanuit dat bedrijf via [adviesbureau] en/of Engie bedragen in rekening heeft gebracht aan Schiphol, voor welke werkzaamheden hij zelf opdracht gaf en welke facturen hij naderhand zelf aftekende, waarna ze werden uitbetaald van het budget van Schiphol;
- dat [gedaagde sub 1] aldus voor [eenmanszaak 1] onder meer over een periode van 49 werkdagen 684 uur en een bedrag van € 58.000,-- aan [naam 2] heeft gefactureerd en dat [naam 2] deze met een verhoging (door)factureerde aan Schiphol;
- dat [gedaagde sub 1] tegenover Hoffmans Bedrijfsrecherche bij het tonen van een aantal van die facturen over 2009 heeft verklaard dat deze te maken hebben met de onrechtmatige wijze waarover hij eerder heeft verklaard en dat hij de rest van de administratie van [eenmanszaak 1] in 2012 bewust heeft vernietigd om geen bewijs van die onrechtmatigheden te laten bestaan;
- dat een soortgelijke werkwijze later is gevolgd middels [eenmanszaak 2] en IM;
- dat [gedaagde sub 1] tegenover Hoffmans Bedrijfrecherche heeft verklaard dat hij vanuit zijn meerjarenbegroting opdrachten heeft gegeven voor werk dat al uitgevoerd was, in totaal voor € 45.000,--, dat de onderliggende werkzaamheden voor de facturen fictief waren omdat ze al uitgevoerd waren, dat deze constructie in overleg met [naam 3] ( [naam 3] :toev. kr) en [naam 2] ( [naam 2] :toev.kr) was bedacht en de opbrengst tussen hen drieën is verdeeld;
- dat [gedaagde sub 1] tegenover Hoffmans Bedrijfsrecherche heeft verklaard dat een gedeelte daarvan middels verschillende stortingen via IM naar [eenmanszaak 2] is overgemaakt, dat [eenmanszaak 2] in totaal € 26.000,-- van Schiphol heeft ontvangen en dat [gedaagde sub 2] daarvan op de hoogte was;
- dat er onderlinge (prijs)afspraken tussen [naam 3] , [naam 2] en [gedaagde sub 1] gemaakt werden en dat in ieder geval niet is onderzocht of andere aannemers het werk goedkoper konden uitvoeren;
- dat [naam 3] , destijds werknemer bij Engie, tegenover Hoffmans Bedrijfsrecherche heeft verklaard dat er in overleg met [gedaagde sub 1] ( [gedaagde sub 1] : toev. kr) en [naam 2] gedurende een periode van 8 jaar 50 tot 60 maal verkeerde/valse bonnen zijn gemaakt;
- dat er privé bestellingen voor [gedaagde sub 1] zijn gedaan en prive- werkzaamheden aan of rondom zijn woning zijn verricht, die via bedrijven waar [naam 3] bij betrokken was dan wel diens familie ( [bedrijf] ) en bedrijven van [naam 2] in rekening gebracht zijn bij Schiphol, hetgeen door [gedaagde sub 1] , [naam 3] en [naam 2] op onderdelen is bevestigd tegenover Hoffmans Bedrijfsrecherche.