ECLI:NL:RBAMS:2018:3862
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen invoer cocaïne wegens onvoldoende bewijs van kennis verdachte
In oktober 2015 startte de landelijke recherche het onderzoek Riesling naar een criminele organisatie die cocaïne importeerde via transportcontainers met bananen. Verdachte, eigenaar van een fruitbedrijf, werd ervan verdacht betrokken te zijn bij de invoer van circa 454 kilogram cocaïne in een container die via Rotterdam werd vervoerd.
De politie volgde het traject van de container en observeerde diverse verdachten bij het openen en verplaatsen van de container. Verdachte had contact met een medeverdachte die de lading verder regelde en was betrokken bij het logistieke proces rondom de container. De officier van justitie stelde dat verdachte medepleger was omdat hij de container bestelde en betrokken was bij het transport.
De verdediging betoogde dat verdachte geen kennis had van de cocaïne en dat zijn handelingen binnen de normale handelspraktijk vielen. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte wist van de cocaïne. De gesprekken en communicatie toonden geen aanwijzingen dat verdachte betrokken was bij de drugssmokkel. Verdachte maakte gebruik van zijn zwijgrecht, maar dit leidde niet tot een veroordeling.
De rechtbank sprak verdachte vrij omdat niet kon worden bewezen dat hij wist van de verborgen lading cocaïne, ondanks zijn betrokkenheid bij het transport en de logistiek rondom de container.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van de cocaïne in de container.