ECLI:NL:RBAMS:2018:3614
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens ontbreken objectieve aanwijzing van partijdigheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak wegens moord en poging tot doodslag, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die belast was met het horen van getuigen. Het verzoek betrof onder meer de wijze waarop een getuige in een beveiligde cabine werd gehoord, waarbij de getuige en diens advocaat niet zichtbaar waren, en de weigering om een proces-verbaal van meineed op te maken na afwezigheid van de getuige bij het vervolgverhoor.
De rechter-commissaris baseerde haar beslissingen op een dreigingsanalyse en de zorgplicht om de veiligheid van de getuige te waarborgen, met toepassing van artikel 187d Sv. De verdediging stelde dat deze maatregelen het ondervragingsrecht schenden en dat de rechter onwelwillend en partijdig handelde. De rechter verwierp deze bezwaren en motiveerde haar beslissingen uitvoerig.
De wrakingskamer oordeelde dat een verzoek tot wraking niet bedoeld is om onwelgevallige rechterlijke beslissingen aan te vechten, maar om objectieve aanwijzingen van partijdigheid te beoordelen. Gelet op de motivering en omstandigheden was er geen sprake van een zodanige onjuistheid of onbegrijpelijkheid die wijst op vooringenomenheid. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen zelfstandig rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.