De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld wegens medeplichtigheid aan het opzettelijk doden van een wild zwijn en het onder zich hebben van producten van dit dier in juni 2015. Verdachte reed rond om dieren op te sporen en meldde de aanwezigheid van een wild zwijn, waarmee hij behulpzaam was bij het plegen van het misdrijf.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van deelname aan een criminele organisatie, omdat onvoldoende bewijs was voor een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. De strafrechtelijke kwalificatie betrof overtredingen van de Flora- en faunawet, inmiddels vervangen door de Wet natuurbescherming, waarbij de voor verdachte gunstigere bepalingen werden toegepast.
De rechtbank legde een geldboete van €1.500,- op, rekening houdend met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en met het tijdsverloop in de procedure. Bij niet-betaling geldt vervangende hechtenis van 25 dagen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige economische strafkamer op 17 mei 2018.