Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser sub 2],
[eiseres sub 3],
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Amsterdam
Amsterdamsche Vastgoed Maatschappij (AVM) vorderde in kort geding dat haar buren, eigenaren van aangrenzende percelen, een strook grond langs een pad ontruimen en medewerking verlenen aan het plaatsen van een erfafscheiding. AVM baseerde haar vordering op een grensreconstructie waaruit bleek dat de kadastrale grens in het midden van het pad ligt, en stelde dat de buren geen eigendom hadden van het betwiste stuk grond.
De buren voerden verweer en stelden dat zij en hun rechtsvoorgangers al meer dan twintig jaar bezitter zijn van het pad en de strook grond. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat het pad daadwerkelijk was verlegd bij de bouw van een nieuwe woning in 2017, hoewel een deel van de grond in dat jaar wel in bezit is genomen door verharding.
De rechter concludeerde dat de buren op grond van verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van een deel van de strook grond, omdat zij deze al sinds 2006 in bezit hebben en te goeder trouw zijn. Voor het gedeelte dat in 2017 in bezit is genomen, was nader onderzoek nodig, wat niet mogelijk is in een kort geding. Daarom wees de voorzieningenrechter de vorderingen van AVM af en veroordeelde AVM in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Amsterdamsche Vastgoed Maatschappij worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.