Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
[verzoekster]
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidA.S. Watson (Health & Beauty Continental Europe) B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Voorafgaand aan de zitting hebben beide partijen nog producties in het geding gebracht.
Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van een pleitnota. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.
(hierna: [naam 3] ), bedrijfsrechercheur, in het kantoor van het filiaal. Het gesprek vond plaats naar aanleiding van vermoedens van Watson dat goederen binnen het filiaal worden weggenomen door het personeel. In het gesprekverslag dat door [naam 3] is opgesteld is – onder meer – het volgende opgenomen:
“(…)
Op de vraag hoe het dan met producten geregeld was die mee naar huis werden genomen zonder dat daar iets in geregeld was of toestemming voor gegeven was gaf zij( [verzoekster] : toev. ktr)
aan dat dit niet voorkwamIk heb haar toen geconfronteerd met het feit dat zij goederen mee neemt zonder daar iets van te registreren of daar toestemming voor te vragen bij de regiomanager.Op dat moment schoot [verzoekster](ktr- [verzoekster] )
over eind met de mededeling het gesprek te beëindigen omdat zij zich niet liet beschuldigen, tevens gaf zij aan alleen nog te willen praten in het bijzijn van haar advocaat, ondertussen pakte zij haar tas uit de locker en stond op het punt te vertrekken.[naam 1](ktr- [naam 1] )
heeft hierop, in mijn bijzijn, [verzoekster] mondeling geschorst en haar verzocht de pandsleutels in te leveren.Over de schorsing gaf zij aan dat begrepen te hebben en sleutels had zij niet bij zich (…)”
toeëigening van goederen, overtreding van de gedrags- en proceduregels en een onherstelbare vertrouwensbreuk. De brief is geweigerd voor ontvangst.
€ 10.256,33 wegens onregelmatige opzegging en € 17.383,89 aan transitievergoeding.
Verweer
Beoordeling
- uit de camerabeelden van 6 juli 2017 blijkt dat [verzoekster] een groot aantal goederen verzamelt en die vervolgens stopt in een ICI Paris tas. Deze tas stopt zij daarna in haar eigen tas;
- uit de camerabeelden van 10 juli 2017 blijkt dat [verzoekster] goederen verzamelt in een vuilniszak, waarna zij het pand verlaat met de vuilniszak;
- uit de camerabeelden van 17 juli 2017 blijkt dat [verzoekster] goederen verzamelt en in haar eigen tas stopt;
- uit de camerabeelden van 24 juli 2017 blijkt dat [verzoekster] goederen verzamelt en deze in een envelop stopt. De envelop stopt zij vervolgens in haar tas en loopt de winkel uit.
- [naam 1] heeft [verzoekster] “
Niets loslaten, gewoon je mond houden want ze kunnen ons toch niets maken” tegen [naam 4] horen zeggen nadat [verzoekster] wegliep van het gesprek van 27 juli 2017;
- de verklaringen van [naam 4] die bevestigen dat [verzoekster] onrechtmatig goederen heeft toegeëigend.
Ik kan u(ktr- [naam 3] , bedrijfsrechercheur )
vertellen dat ik heel goed weet wat dat ik deze producten niet mee mag nemen maar dat hier procedures voorstaan die ik of [verzoekster](ktr- [verzoekster] )
op geen enkele wijze naleef. Ik weet ook dat [verzoekster] producten op deze wijze mee neemt maar ik wil het daar liever niet over hebben, ik ben verantwoordelijk voor hetgeen ik heb gedaan. (…) Wij deden het met name op dagen dat we samen ingeroosterd stonden we deden en hoefden dan ook geen uitganscontrole te doen. (…)”. [naam 4] verklaart specifiek op welke wijze, in welke omvang en onder welke omstandigheden zij goederen mee naar huis nam. [verzoekster] heeft onderbouwd met een verklaring van [naam 4] naar voren gebracht dat deze verklaring onder druk is afgenomen. Hoewel dat niet uitgesloten is, acht de kantonrechter de verklaring van [naam 4] van 27 juli 2017 te specifiek en gedetailleerd om aan de juistheid daarvan te twijfelen. Zij heeft haar verklaring over de gang van zaken niet ingetrokken. De enkele stelling dat zij niets heeft ontvreemd is gezien die beschrijving niet geloofwaardig en zegt niets over hetgeen zij over [verzoekster] heeft verklaard. Ook heeft [naam 4] in haar verklaring, zoals door [verzoekster] is overgelegd, niet concreet betwist dat [verzoekster] op 27 juli 2017 tegen haar heeft gezegd dat ze haar mond moest houden.
BESLISSING
4 januari 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.