ECLI:NL:RBAMS:2018:311

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 januari 2018
Publicatiedatum
23 januari 2018
Zaaknummer
AWB - 16 _ 390
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Wet WOZArt. 22 Wet WOZ
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling WOZ-waarde hotel in centrum Amsterdam op basis van vergelijkingsmethode

De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stelde de WOZ-waarde van een 4-sterren hotel met 239 kamers in het centrum van Amsterdam vast op €43.484.500 voor het kalenderjaar 2015. De eigenaar van het hotel stelde bezwaar in tegen deze waarde, maar dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. Vervolgens stelde de eigenaar beroep in bij de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank beoordeelde of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde in de beroepsfase met de vergelijkingsmethode, waarbij drie vergelijkbare hotels in het centrum van Amsterdam als referentie werden gebruikt. De rechtbank stelde vast dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren, ondanks kleine verschillen in aantal kamers en sterrenclassificatie.

De rechtbank vond de toelichting van de heffingsambtenaar over de berekening van de kamerprijs inzichtelijk en oordeelde dat er voldoende rekening was gehouden met verschillen zoals huurwaarde, erfpacht, oppervlakte van vergaderruimtes en parkeerplaatsen. De getaxeerde kamerprijs van het hotel lag lager dan het gemiddelde van de vergelijkingsobjecten. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het hotel wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 16/390

uitspraak van de meervoudige kamer van 24 januari 2018 in de zaak tussen

[eiseres] ., te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: M.J. Geurts),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Oderkerk).
Partijen worden hierna [eiseres] en de heffingsambtenaar genoemd.

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 29 februari 2015 op grond van artikel
22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van [eiseres] in Amsterdam voor het kalenderjaar 2015 vastgesteld op € 43.484.500,-. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerende zaakbelasting 2015 bekendgemaakt.
Met de uitspraak op bezwaar van 9 december 2015 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard.
[eiseres] heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 januari 2018. Namens [eiseres] is niemand verschenen
.De griffier heeft gemachtigde van [eiseres] wel tijdig onder vermelding van plaats en tijdstip met de aangetekende brief van 4 oktober 2017 uitgenodigd voor de zitting. Uit informatie van PostNL is gebleken dat deze brief op 5 oktober 2017 bij gemachtigde van [eiseres] is afgeleverd. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Deze is bijgestaan door taxateurs [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] .

Overwegingen

De aanleiding voor deze procedure
1. [eiseres] is een 4-sterren hotel met 239 kamers en vergaderzalen. Het hotel ligt in het centrum van Amsterdam aan de [adres] .
2. Partijen zijn het niet eens over de WOZ-waarde van [eiseres] op waardepeildatum 1 januari 2014.
Beoordeling rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt in deze zaak of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde van [eiseres] niet te hoog is vastgesteld.
4. De waarde die moet worden vastgesteld is de waarde in het economische verkeer. Dat is de prijs die zou zijn betaald door de meest biedende gegadigde als de onroerende zaak op de meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding te koop is aangeboden. Dit is bepaald in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ.
5. De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van [eiseres] in de beroepsfase onderbouwd op basis van de zogenoemde vergelijkingsmethode. Dit heeft de heffingsambtenaar op de zitting bevestigd. Voor het hotel hebben de taxateurs de volgende vergelijkingsobjecten gebruikt:
Hotel
Transactiedatum
Transactieprijs
Aantal sterren
Aantal kamers
Parkeerplaatsen
Kamerprijs
Pullitzer
31 juli 2013
€ 60.300.000
5
230
34
€ 213.400
Room Mate Aitana
1 november 2013
€ 72.000.000
4
284
€ 188.186
Radisson Blu
30 juni 2014
€ 85.174.000
4
252
€ 266.440
6. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden van [eiseres] zien op de huurwaardekapitalisatiemethode die in de bezwaarprocedure ten grondslag lag aan de waardering van [eiseres] . De gronden zien niet op de onderbouwing die de heffingsambtenaar in beroep ten grondslag heeft gelegd aan de waardering. Heel algemeen voert [eiseres] in beroep aan dat de WOZ-waarde van het hotel te hoog is vastgesteld.
7. De rechtbank is van oordeel dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn met [eiseres] . De objecten zijn kort voor of na de waardepeildatum verkocht. Het aantal kamers van het hotel is weliswaar niet hetzelfde als bij de vergelijkingsobjecten, maar de verschillen zijn zo klein dat de vergelijkingsobjecten daardoor nog steeds vergelijkbaar zijn met [eiseres] . Verder heeft [eiseres] 4 sterren en hebben de vergelijkingsobjecten 4 of 5 sterren. Bovendien liggen alle hotels in het stadsdeel centrum van Amsterdam. De heffingsambtenaar heeft de vergelijkingsobjecten dan ook kunnen gebruiken voor de waardering van [eiseres] .
8. De heffingsambtenaar heeft op de zitting van de rechtbank toegelicht hoe de geanalyseerde kamerprijs tot stand is gekomen. In de berekening daarvan is rekening gehouden met de correctiefactoren huurwaarde en erfpacht. Bovendien zijn zaken zoals de oppervlakte van de meeting-rooms en parkeerplaatsen buiten de kamerprijs zoals hierboven vermeld gehouden. Bij de vergelijking van de kamerprijzen, is vervolgens gekeken naar de verschillen in opbrengst voor de meeting-rooms, het feit of het bijbehorende restaurant al dan niet een apart WOZ-object is, het onderhoud en de ligging van het betreffende hotel binnen het centrum. De rechtbank vindt de gegeven toelichting inzichtelijk. Gelet op de gegeven toelichting heeft de heffingsambtenaar voldoende rekening gehouden met de onderlinge verschillen tussen [eiseres] en de vergelijkingsobjecten. De uitkomst is dat de waarde vergeleken met elk van de afzonderlijke vergelijkingsobjecten niet te hoog is vastgesteld. Bovendien blijkt uit de taxatiekaart dat de getaxeerde kamerprijs van [eiseres] van € 181.944,- lager ligt dan de gemiddelde gerealiseerde prijs van de vergelijkingsobjecten van € 222.675,-.
Conclusie
9. De conclusie is dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de
WOZ-waarde van [eiseres] niet te hoog is vastgesteld.
10. Het beroep is ongegrond.
11. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat bij die uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.B. van Gijn, voorzitter, en mr. A.M. van der Linden-Kaajan en mr. G.W.J. Harten, leden, in aanwezigheid van mr. C.M. Fleuren, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2018.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel