Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 mei 2017 waarbij een comparitie van partijen is bepaald,
- het proces-verbaal van comparitie van 13 november 2017 met de daarin vermelde processtukken en waarbij de zaak is verwezen voor uitlating van partijen,
- het bericht van partijen dat zij vonnis vragen.
2.De feiten
- een lening van € 500.000 tegen 1-maands Euribor met een opslag van 0,75% en een aflossing van € 12.500 per kwartaal en een looptijd van 10 jaar en
- een aflossingsvrije lening van € 1,5 miljoen met een looptijd van 10 jaar tegen 1-maands Euribor met een opslag van 0,75%.
- Rabobank wil eenzijdig de overeenkomst aanpassen;
- Het verzoek is gedaan omdat Rabobank reeds in 2010 opperde om de voorwaarden aan te passen;
- Wij waren toen bereid om extra af te lossen maar dat kon niet in verband met een overhedge;
- Wij zeuren ook niet om het derivaat waar wij niets van snapten;
- Het verzoek om de aflossing op te schorten wordt ingetrokken, (…)”
3.Het geschil
- Rabobank in strijd met de op haar rustende zorgplicht, in strijd met de redelijkheid en billijkheid en onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar in verband met het adviseren en / of verplichten van de renteswap en / of het in rekening brengen van de kosten en / of provisies daaronder,
- [eiseressen] heeft gedwaald in verband met het aangaan van de renteswap primair op grond van artikel 6:228 lid 1 onder Pro a en subsidiair onder b,
- de renteswap middels buitengerechtelijke verklaring is ontbonden en / of vernietigd dan wel alsnog de ontbinding en / of vernietiging van de renteswap te bepalen,
- te bepalen dat de negatieve waarde van de renteswap bij ontbinding, vernietiging ofsettlement voor rekening van Rabobank komt,