Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit en verdachte
first offenders.
van 13 juli 2017 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Hij zal dan ook worden aangemerkt als first offender.
Psychologisch Pro Justitia rapportopgemaakt door mevrouw drs. [persoon 1] , GZ-psycholoog op 11 juli 2017, waarin de deskundige vermeldt dat verdachte lijdend is aan een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een hechtingsstoornis en een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis. Gezien de structurele aard van de problematiek was hiervan ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde sprake. Deze ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde. Verdachte staat vanuit zijn hechtingsproblematiek met een wantrouwende (dus angstige) houding in het leven. Het is goed mogelijk dat zijn problematiek zijn gevoelens van bedreiging hebben versterkt. Verdachte heeft onvoldoende vaardigheden om emoties te reguleren of negatieve cognities zelfstandig om te buigen, hetgeen oppositioneel gedrag in de hand werkt. Het is aannemelijk dat de pathologie van verdachte hem beperkte in het de-escaleren van de situatie en het tot adequate/alternatieve oplossingen komen, zowel in de aanloop tot als tijdens het ten laste gelegde. De deskundige adviseert het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. De kans op recidive van een geweldsdelict wordt vergroot door de hechtings- en gedragsproblemen. Verdachte weet conflicten niet te sussen en heeft onvoldoende zicht op zijn aandeel in een conflict. Bij oplopende spanning en wantrouwen wordt hij beperkt in zijn handelen en schieten zijn gewetensfuncties tekort. De deskundige schat de kans op recidive hoog in, omdat verdachte vanuit wantrouwen snel in conflict raakt met zijn omgeving en zijn oplossingsvaardigheden tekort schieten en hier vanuit de opvoedingscontext onvoldoende in bij te sturen is. Gezien de aard van het delict en de ernst van zijn pathologie in combinatie met een verhoogd recidiverisico en beperkt probleembesef en motivatie, is een in eerste instantie gesloten klinische behandeling noodzakelijk. De deskundige adviseert een opname binnen de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Verdachte geeft aan zich te willen inzetten voor deze behandeling. Als verdachte toch onvoldoende bereidwillig blijkt kan een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel worden overwogen.
een rapport van de Raadopgemaakt op 27 oktober 2017, waarin de Raad vermeldt dat uit het onderzoek van de Raad en het psychologisch onderzoek naar voren komt, dat er zorgen zijn over het hoge recidiverisico, het beperkte probleembesef en de motivatie van verdachte voor de behandeling op de plek waar hij nu zit. Verdachte is wisselend in zijn uitspraken over de behandeling. De Raad conformeert zich aan het advies van de psycholoog. Klinische opname in een gesloten setting is van belang ten behoeve van de behandeling van de stoornissen die zijn gediagnosticeerd. Gezien het gedwongen karakter van deze opname/behandeling en de aard en de ernst van het ten laste gelegen kan de Raad zich vinden in het advies van de psycholoog dat dit binnen een voorwaardelijk PIJ kader plaats dient te vinden.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
12 (twaalf) maanden.
6 (zes) maanden, van deze jeugddetentie
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van de na te melden voorwaarden.
de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen.
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van de na te melden voorwaarden.
algemene voorwaardendat de veroordeelde:
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde: